Met dank aan de heer John Ekkelboom voor het verlenen van toestemming voor het plaatsen van dit artikel.
|
De Volkskrant 15
juni 2002
IQ
in hoge mate erfelijk bepaald
Uit
inmiddels klassiek tweelingenonderzoek uit de jaren tachtig is bekend
dat erfelijkheid een rol speelt bij intelligentie, naast
omgevingsfactoren en opvoeding. In welke mate, was steeds onduidelijk.
Posthuma kan voor het eerst inschatten hoe sterk de genen meespelen door
ook broers en zussen van de tweelingen te testen. Zij hebben gemiddeld
de helft van hun genen met de tweeling gemeen. Uit
de analyses komt naar voren dat 80 tot 90 procent van de verschillen in
de IQ-scores tussen de familieleden te verklaren is door erfelijkheid.
De rest is terug te voeren op externe factoren of toevallige variaties.
Uit de analyse blijkt bovendien dat familieleden met een hoog IQ
statistisch een groter hersenvolume hebben dan minder intelligente
broers of zussen. Ook hersenvolume is in hoge mate erfelijk. Volgens
Posthuma betekent dit niet dat opvoeding en omgeving geen rol spelen bij
intelligentie van het nageslacht. Maar na een zekere basis - in
Nederland bijvoorbeeld gegeven door de leerplicht - bepaalt vooral
erfelijke aanleg hoe slim een kind zal worden. 'Onder vergelijkbare
omstandigheden kun je er de verschillen bijna helemaal mee verklaren.' |